|

Er komt een man bij de dokter. Hij zegt: 'Dokter, ik heb het gevoel dat iedereen mij negeert.' De dokter drukt op de zoemer -ééééh- en zegt: Volgende patiënt.'
Moos wil niet in militaire dienst. Als hij voor de keuringsarts staat, zegt hij dat hij ziek is. 'Wat scheelt eraan?' vraagt de dokter. 'Ik ben zwaar hartpatiënt, dokter. Ik kan geen trappen lopen.' 'Geeft niet,' zegt de arts: 'je komt bij de infanterie. Die vechten op de begane grond.'
Er komt een man bij de dokter en hij zegt: 'Dokter, ik voel me niet zo lekker. Kunt u me niet eens onderzoeken?' 'Dat is goed,' zegt de dokter, 'kleedt u zich maar uit.' De dokter onderzoekt de man en zegt: 'U bent inderdaad ziek. U heeft een hele nieuwe ziekte. Die ziekte is zo nieuw, dat er nog niet eens een naam voor is. Maar ik weet wel: het is vreselijk besmettelijk. U moet in quarantaine. U wordt helemaal van de buitenwereld afgesloten. En u krijgt een speciaal dieet: een scholletjes- en pannekoeken-dieet.' Zegt de patiënt: 'Een scholletjes- en pannekoeken-dieet? Waarom is dat dan?' Zegt de dokter: 'Dat is het enige wat we onder de deur door kunnen schuiven.'
Vrouw komt bij de dokter en geeft hem haar plasje. Zegt die dokter: 'U woont hier lekker dichtbij.' Zegt ze: 'Hoe weet u dat, dokter?' Zegt-ie: 'Je plasje is nog lekker warm.'
Er komt een man bij de dokter: 'Dokter, ik weet niet wat er aan de hand is, maar als ik met m'n vinger tegen m'n hoofd druk, dan doet het pijn. En als ik tegen m'n buik druk, doet het ook pijn. En als ik op m'n knie druk doet het daar ook pijn. Wat is er aan de hand?' 'Oh,' zegt de dokter, 'ik zie het al: u heeft uw vinger gebroken!'
Henk moest voor zijn nummer worden gekeurd voor militaire dienst. Bij de ogentest vroeg de arts hem wat er op de kaart stond. Henk, slechte ogen simulerend, 'welke kaart?' Toen de dokter een bezemsteel omhoog hield zei Henk dat het een potlood was. Hij werd natuurlijk afgekeurd voor militaire dienst. Om dat te vieren ging Henk 's avonds naar de bioscoop. Toen de film was afgelopen en het licht weer aanging zag Henk tot zijn schrik dat hij naast de arts zat. Hij boog zich naar de arts en vroeg: 'Weet u of dit de bus naar Den Haag is?'
Dokter tegen patiënt: 'Als u nog twee jaar doorgaat met dit ongezonde leven bent u binnen een maand dood.'
'Chirurg: 'Het spijt me verschrikkelijk, maar we moeten u weer openmaken. Ik heb een paar rubberhandschoenen in uw buik laten zitten.' Patiënt: 'Waarom zou u al die moeite doen, dokter? Hier hebt u 20 gulden, dan kan u een nieuw paar kopen.'
Dokter de Zwart komt op zijn wekelijkse ronde door het bejaardenhuis meneer van Puffelen tegen en begint een praatje met hem. Van Puffelen zegt hem dat hij de laatste week rare dingen meemaakt. 'Als ik 's-nachts naar de WC ga, dan gaat vanzelf het licht aan.' De Zwart is bang dat van Puffelen een beetje seniel wordt, dus hij belt diens zoon op. Zijn vrouw neemt op en hij verteld het verhaal aan haar, waarop zei gilt 'Hé Jan, moet je horen, Pa piest weer in de ijskast!'
Vrouw bij de psychiater: 'O, dokter, mijn man denkt dat hij een verkeerslicht is.' Psychiater: 'Laten we eens kijken wat we daaraan kunnen doen. Breng hem maar binnen.' Vrouw: 'Even geduld dokter, hij staat nog op rood.'
Komt een man bij de dokter. Zegt de dokter 'Lang niet gezien.' 'Klopt,' zegt de man, 'ik ben ziek geweest.'
'Waarom komt u niet wat eerder?', vraagt de arts geërgerd aan zijn patiënt, ' Mijn spreekuur is allang voorbij!' 'Spijt me, dokter, maar die rothond beet niet eerder!'
Een man komt bij de dierenarts met een goudvisje in zijn handen. 'Dokter, wat zou er mis zijn?' 'Aha, ik zie het al', zegt de dokter, 'uit de kom, hé'.
Oma is honderd jaar geworden. Voor die gelegenheid komt de burgemeester bij haar op bezoek. 'U leeft nu honderd jaar,' zegt de burgemeester, 'wat is in al die honderd jaar nu de grootste verandering in uw leven geweest?' Zonder een seconde na te denken, zegt oma: 'De dokter.' 'De dokter?' vraagt de burgemeester verbaasd. 'Ja,' zegt oma: 'Toen ik twintig was, zei de dokter: `helemaal uitkleden en ga maar liggen'. Toen ik veertig was, zei de dokter: `bloesje uit en ga maar zitten'. En toen ik tachtig was, zei de dokter: `steek je tong maar uit en blijf maar staan'.'
Een skelet komt bij de tandarts en neemt plaats in de behandelstoel. Na een vluchtig onderzoek zegt de tandarts: 'Aan uw tandarts: 'Aan uw tanden mankeert niets, maar oh wee, dat tandvlees van u!'
'Wat
zou er gebeuren als ik u uw linkeroor afsneed?' vroeg de psychiater aan
een patiënt. 'Dan zou ik niet goed meer kunnen horen.' 'En als ik
uw rechteroor ook afsneed?' 'Dan zou ik niets meer kunnen zien.' 'Hoezo?'
'Omdat mijn bril dan van mijn neus zou vallen.'