|

Besluit van 16 juni 1994, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994 (Voertuigreglement [Versie geldig vanaf: 29-01-1999])
§ 0. Algemeen
Artikel 3.6.1
Bromfietsen moeten voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
Artikel 3.6.2
Bromfietsen moeten:
a. van deugdelijke bouw en inrichting zijn; b. voldoen aan de in hoofdstuk 5, afdeling 6, bedoelde permanente eisen.
Artikel 3.6.3
a. voor elke bromfiets van hetzelfde merk verschillend is;
b. uit ten minste 3 letters of cijfers bestaat, welke minimaal 5 mm hoog zijn;
c. goed leesbaar op een vast voertuigdeel is ingeslagen.
§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig
Artikel 3.6.5
De constructie van bromfietsen dan wel van de motor van bromfietsen moet zodanig zijn dat niet op eenvoudige wijze veranderingen kunnen worden aangebracht als gevolg waarvan de vastgestelde maximum snelheid van het voertuig wordt overschreden.
§ 2. Afmetingen en massa’s
Artikel 3.6.6
Bromfietsen moeten voor wat betreft afmetingen en massa’s voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/93/EEG (PbEG 14 december 1993, L 311).
§ 3. Motor
Artikel 3.6.12
Bromfietsen moeten voor wat betreft de wijze van meten van de door de constructie bepaalde maximum snelheid, het maximum koppel en het netto-maximum vermogen voldoen aan het bepaalde in richtlijn 95/1/EG (PbEG 8 maart 1995, L 52).
Artikel 3.6.15
Bromfietsen moeten voor wat betreft geluidproduktie voldoen aan het bepaalde in het Besluit geluidproduktie bromfietsen (Stb. 1985, 473).
Artikel 3.6.16
Bromfietsen met een verbrandingsmotor moeten voor wat betreft luchtverontreiniging voldoen aan het bepaalde in het Besluit typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (Stb. 1984, 525).
§ 4. Krachtoverbrenging
Artikel 3.6.19
a. zij moet op eenvoudige wijze kunnen worden onderbroken;
b. indien de motor het voorwiel aandrijft, mag bij plotselinge stilstand van de motor het voorwiel niet worden geblokkeerd.
§ 7. Stuurinrichting
Artikel 3.6.25
Bromfietsen moeten zijn voorzien van een deugdelijke stuurinrichting.
§ 8. Reminrichting
Artikel 3.6.26
Bromfietsen moeten zijn voorzien van een reminrichting die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 93/14/EEG (PbEG 15 mei 1993, L 121).
§ 9. Carrosserie
Artikel 3.6.28
Bromfietsen moeten zodanig zijn gebouwd en ingericht dat:
a. de bestuurder, gemeten vanuit een punt op 0,80 m loodrecht boven het midden van zijn zitplaats, het wegdek op een afstand van 10,00 m en verder voor het voertuig kan waarnemen;
b. de bestuurder voldoende uitzicht opzij heeft.
Artikel 3.6.32
PbEG 30 augustus 1980, L 229).
Artikel 3.6.33
Bromfietsen moeten voor wat betreft de identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/29/EEG (PbEG 29 juli 1993, L 188).
Artikel 3.6.36
Bromfietsen op twee wielen moeten, indien een passagier kan worden vervoerd, zijn voorzien van een riem dan wel een of meer handgrepen voor deze passagier, welke moeten voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/32/EEG (PbEG 29 juli 1993, L 188).
Artikel 3.6.37
Artikel 3.6.38 De wielen onderscheidenlijk banden van bromfietsen mogen niet kunnen aanlopen. Artikel 3.6.39 Bromfietsen moeten voor wat betreft de plaats voor de montage van de achterste
kentekenplaat voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/94/EEG (PbEG 14 december
1993, L 311). § 10. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen Artikel 3.6.40 Bromfietsen moeten zijn voorzien van een installatie van verlichtings- en
lichtsignaalinrichtingen die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 93/92/EEG (PbEG.
29 oktober 1993, L 311). Artikel 3.6.41
a. dimlichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 56 of 76; b. achterlichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50; c. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, die
voldoet aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 3; d. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het
bepaalde in ECE-Reglement nr. 3; e. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers, die voldoen aan de door Onze
Minister vastgestelde eisen, voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare
trappers.
a. dimlichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 56 of 76; b. stadslichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50; c. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 6 of nr. 50,
indien het voertuig is voorzien van een gesloten carrosserie; d. achterlichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50; e. remlichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50; f. niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig die
voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 3; g. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers die voldoen aan de door Onze
Minister vastgestelde eisen, voor zover de bromfiets is voorzien van trappers. a en b, en het tweede lid,
onderdelen a en d, mogen bromfietsen met een motorvermogen van ten hoogste
0,5 kW en een door de constructie bepaalde maximum snelheid van ten hoogte 25 km/h zijn
voorzien van dimlichten of achterlichten die voldoen aan ISO-norm 6742/1.
e, geldt niet voor bromfietsen met een motorvermogen van ten hoogste 0,5 kW en een door de constructie bepaalde maximum snelheid van ten hoogste 25 km/h.
Artikel 3.6.46
a. grote lichten;
b. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 6 of nr. 50;
c. stadslichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50;
d. remlichten die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50;
e. een niet-driehoekige witte retroreflector aan de voorzijde van het voertuig die voldoet aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 3;
f. achterkentekenplaatverlichting die voldoet aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50.
a. grote lichten;
b. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 6 of nr. 50, indien het voertuig niet is voorzien van een gesloten carrosserie;
c. achterkentekenplaatverlichting die voldoet aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 50;
d. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig die voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 3.
Artikel 3.6.50
Bromfietsen mogen met uitzondering van groot licht, niet zijn voorzien van verblindende verlichting.
Artikel 3.6.51
Bromfietsen mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 3.6.41 en 3.6.46 is voorgeschreven of toegestaan.
§ 12. Diversen
Artikel 3.6.54
PbEG 29 juli 1993, L 188), dan wel van een goed werkende bel indien het een bromfiets betreft met een motorvermogen van niet meer dan 0,5 kW en met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 25 km/h.
Artikel 3.6.55 Indien een bromfiets is voorzien van een inrichting ter bescherming tegen ongeoorloofd
gebruik van het voertuig, welke inrichting werkt op de stuurinrichting of op de
overbrenging, moet deze inrichting voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/33/EEG (PbEG
29 juli 1993, L 188). Artikel 3.6.57 Bromfietsen op twee wielen moeten zijn voorzien van een standaard die voldoet aan het
bepaalde in richtlijn 93/31/EEG (PbEG 29 juli 1995, L 188).


Back to Richard's
Scootin' page index