|
Jan van Beek.
Na de bevrijding, in november 1944, ben ik met Peer Sterrenburg,
m'n toenmalige buurjongen en met nog twaalf andere jongens naar Eindhoven gelopen (60 Kilometer !)
om ons vrijwillig te melden voor militaire dienst. Daar had ik als OVW-er getekend en kwam in Engeland bij de Marine terecht. Op 16 september 1945
vertrok ik als lid van de bemanning van de torpedojager Hr. Ms. "VAN GALEN" uit Engeland naar Nederlands Indië en na 17 dagen varen arriveerden we voor de rede van Tandjong Priok.
We waren het eerste schip uit Europa.
Er lagen nog 2 Engelse kruisers en de Nederlandse Hr. Ms."TROMP" voor de kust,
maar die waren uit Australië gekomen. Eerst schieten we nog een paar Japanse zeemijnen die daar voor de kust los dreven, naar de diepte en gaan dan de haven van Tandjong PRIOK binnen.
Dat ging niet zonder moeilijkheden, alles was kapot en de haven was ver dichtgeslibd.
Een sectie van de landingsdivisie gaat aan land om de jongens van de HR.MS. "TROMP" in Batavia af te lossen, die de gevangenkampen van de Nederlanders hadden bevrijd.
Overal waaien de Rood-Witte vlaggen van Soekarno en de stad was volgekalkt met anti-Nederlandse leuzen. De bezetting was nog in handen van de Engelsen.
Een paar dagen later mogen we aan land en ga ik met twee vrienden naar Batavia, we mogen geen wapens
meenemen.
Al gauw werden we omsingeld door zeker wel 200 inlanders, gewapend met krissen, messen enzovoort. Die wilden deze Hollandse matrozen wel eens een kopje kleiner maken.
We hadden geluk dat er vier gewapende Gurka's van het Engelse leger in de buurt waren, die hebben ons uit onze benarde positie ontzet.
Op 15 oktober 1945 ontmoet ik Sip van der Galiën uit Capelle, die was bij het KNIL en een broer van hem was een vriend van mij, hij woonde op de Hogenakker.
's Avonds vertrekken we van PRIOK naar Singapore om proviand in te slaan. Daar is van alles te koop.
Van Singapore vertrekken we naar Sabang, een eilandje voor de Noordkust van Sumatra. Daar ligt de HR.MS. "KORTENAAR", ook een torpedojager en ontmoet er Cor Klootwijk die daar als bemanningslid aan boord was,
ik kende hem niet persoonlijk maar hij kwam uit Sprang-Capelle. Even later zijn we weer in Singapore en hoorden we dat er Nederlandse militairen zaten te wachten om naar Indië verscheept te worden.
We gingen de wal op om te kijken of we bekende uniformen zagen.
Mijn broer was toen ook op Malakka, maar die was te ver weg om hem te bezoeken. Na enkele dagen varen we naar het eiland Penang, zo'n 400 mijl ten noorden van Singapore.
De eerste die ik zag was Theo Rosenbrand uit Capelle en we zijn samen de stad in geweest. We gingen vroeger naar dezelfde school.
In Batavia heb ik later m'n broer wel ontmoet en ook Henk de Jong die op de HR.MS "KAREL DOORMAN" zat, Jan Groeneveld van de Mariniers,
Rinus Snijders uit de Heistraat, was bij de MP en mijn neef uit Amsterdam, die was bij de MLD (Marine Luchtvaart dienst). In april 1947 heb ik met een vriend een week verlof bij m'n broer doorgebracht.
Hij lag toen in Bandoeng en was er chauffeur, dus vervoer was geen probleem. Daar ontmoette ik ook Peer Sterrenburg, die was van hetzelfde onderdeel.
In de zomer van 1947 ben ik met de KORTENAAR teruggevaren naar Nederland. Daarna nog dienst
gedaan bij versperringen en mijnen opruimen voor de kust.
Ik ben afgezwaaid in 1948.
We hadden als OVW-er getekend voor 6 maanden nadat de oorlog afgelopen was, maar toen hebben ze die wet veranderd en hielden ze ons een paar jaar langer.
|
Gastenboek lezen Gastenboek tekenen |
|
Suggestions, additions and corrections concerning this page should be directed to <Reinaert>.