|
DE "ULTRA" - DOORBRAAK
De eerste in de reeks voorvallen die tot deze doorbraak leidde geschiedde op 3 maart 1941. Tijdens een raid tegen de Lofoten werd de patrouilleboot 'Krebs' door de torpedobootjager `Somali' geënterd. De commandant had weliswaar de Enigmamachine nog overboord kunnen gooien, maar de Engelsen hadden de kist met de op die dag niet in gebruik zijnde rotors buitgemaakt.
Op 7 mei gelukte een tweede coup. Door een peiling te nemen op uitzendingen van weerberichten had men de positie van het weerschip 'München' in de nabijheid van Jan Mayen vastgesteld. Tijdens de goed voorbereide operatie werd het weerschip bij slecht zicht door een sterk Brits vlootverband overvallen en geënterd. De codeermachine was wel vernield, maar verschillende belangrijke hulpmiddelen, zoals het weerseinboek, een kengroepenboek voor de instelling van de seincode en een blad papier met de zojuist voor gebruik gereed gemaakte codering vielen in Britse handen.
Binnen enkele dagen was het materiaal in Bletchley Park. De Enigma-code van weerschepen was van eenvoudig gehalte en niet geschikt om de gecompliceerde Enigma-codes die door slagschepen en onderzeeboten werden gebruikt te ontraadselen. Het was evenwel een van de rij van aanknopingspunten voor het briljante team mathematici onder leiding van Alfred Knox, een voormalig hoogleraar van Kings College in Cambridge, en zijn collega Alan Turing, die onder Einstein had gestudeerd. Het bracht de experts opnieuw een stap verder, maar zonder de ontbrekende rotors kon de `Universal'-decodeermachine, waaraan zij werkten, nog niet zo worden geprogrammeerd dat het mogelijk was radioberichten snel te ontcijferen.
Kort daarop kwam de doorbraak. Sinds het begin van het jaar hadden alle escortecommandanten de opdracht ontvangen elke gelegenheid te benutten om een onderzeeboot intact in handen te krijgen; Dónitz's bemanningen hadden echter strenge instructies hun boten zo nodig tot zinken te brengen.
Om dit te verhinderen had de Admiralty de escorteschepen opgedragen om zich overgevende onderzeeërs toe te roepen: `Boot hoch halten, sonst wird keiner gerettet.' Ook werden schetsen van de opstelling van de bedieningsinstrumenten meegegeven, die waren gemaakt na nauwkeurige ondervraging van krijgsgevangenen en een kaart die aangaf met welke handles en wielen de buitenboordkranen konden worden gesloten. Zij, die een onderzeeboot wilden buitmaken, werden gewaarschuwd dat het in de boot donker zou zijn zodat een waterdichte zaklantaarn nodig was.
De langgehoopte kaping vond tenslotte twee dagen na de operatie tegen de 'München' plaats. Het bleek de boot van luitenant-ter- zee Lemp te zijn, de man die de `Athenia' tot zinken had gebracht. In de morgen van 8 mei had Lemp het konvooi ob 318 verkend kort nadat dit zich bij de Hebriden had geformeerd. De volgende morgen was hij samengekomen met de `U-201' onder luitenant-ter-zee Schnee en was de te volgen tactiek overeengekomen alvorens zij zelfstandig aanvielen.
Lemp manoeuvreerde boven water in een positie vóór het konvooi. Kort voor twaalf uur vuurde hij snel na elkaar drie torpedo's af; de vierde was voor een 15.000 ton walvisvaartfabriekschip bestemd maar bleef in de buis steken.
Lemp maakte zich daarop gereed de walvisvaarder nogmaals aan te vallen toen hij zag dat hij was waargenomen door een korvet die recht op hem afkwam. Hij dook in dertig seconden, maar het eerste goedgeplaatste patroon dieptebommen van HMS `Aubretia' veroorzaakte aanzienlijke schade. Geholpen door de torpedobootjager `Bulldog' en de kanonneerboot `Broadway' stelden de twee volgende dieptebomaanvallen op de `U110' het roer en het duikroer buiten werking en vernielden een elektromotor en de batterijen, waaruit gas begon te ontsnappen. De boot vulde zich met bijtende dampen en de bemanning geraakte in paniek. De `U-110' begon naar de diepte te zinken en iedereen ging naar voren om de balans te herstellen. Lemp gaf opdracht de hoofdtanks leeg te blazen, maar het wiel dat de hoofdklep bediende lag afgebroken op de vloer. Gedurende enkele minuten zonk de boot verder en de bemanning geraakte in vertwijfeling, toen plotseling de boot op onverklaarbare wijze begon te rijzen. Enkele minuten later dook de `U 110' boven water op en zij bevond zich daarna in een dermate vernietigende regen van projectielen dat een van de toeschouwers verklaarde: `In vergelijking hiermee moet de slag van Trafalgar een sneeuwbalgevecht zijn geweest.'
De kanonneerboot `Broadway' kwam naderbij om dieptebommen met ondiepe afstelling te werpen en zodoende de paniek te vergroten terwijl de Duitsers de onderzeeër verlieten. Kapitein-luitenant Baker-Cresswell van de `Bulldog' zag de kans de boot buit te maken of althans aan boord te gaan voordat hij zonk. Hij kwam in volle vaart aanstuiven. Het was voor Lemp en de laatsten van zijn bemanning reden om van de commandotoren te springen in de overtuiging dat hun boot op het punt stond te worden geramd en spoedig zou zinken.
De `Bulldog' scheerde echter langs en boten werden uitgezet en de overlevenden snel opgevist en benedendeks gebracht voordat een enterploeg op de onderzeeboot afging. Lemp zelf worstelde nog in het water toen hij tot zijn ontzetting bemerkte dat de `U-110' niet zonk maar zou worden geënterd. In een vertwijfelde poging begon hij terug te zwemmen om te trachten de boot als nog tot zinken te brengen. Voordat hij echter tegen de natte glibberige huid kon opklimmen werd hij ontdekt en door de enterploeg, die zich door niets wilde laten tegenhouden, doodgeschoten.
Toen de Britse matrozen behoedzaam de nauwe commandotoren afdaalden, vonden zij tot hun verbazing dat geen poging was gedaan om de boot te laten zinken of de vertrouwelijke codeerboeken en documenten en de hoogstbelangrijke Enigmamachine te vernietigen. Zij vonden de Enigma M machine met alle rotors intact en verder de codeer- en kengroepenboeken, de onderzeebootradioinstructies en de geldende handleiding voor de instelling van de machine, die op in water oplosbaar papier was gedrukt; ook de vondst van het oorlogsjournaal was van belang.
Baker-Cresswell, die terstond het belang van zijn buit inzag, gaf streng bevel geen van de doornatte overlevenden die thans allen veilig benedendeks waren iets omtrent het succes van zijn groep te laten weten. De `U-110' werd op sleeptouw genomen, maar zijn hoop op een triomfantelijke thuiskomst werd de bodem ingeslagen toen de boot de volgende morgen zonk. De Admiralty gaf hem via de radio de opdracht de strengste geheimhouding in acht te nemen over de operatie en met volle kracht naar Scapa Flow op te stomen.
De buitmaking van de `U-110' zou een van de meest belangrijke doorbraken van de Inlichtingendienst in de gehele oorlog blijken te zijn. Met behulp van het nieuwe materiaal kon Bletchley Park tot begin juli het radioverkeer van de codeerkring Hydra, die ook door de onderzeeboten werd gebruikt, ontcijferen. Daarna gelukte het de experts zo ver in de Duitse procédés door te dringen dat zij, ook na het ongeldig worden van de buitgemaakte handleidingen, de volgens het rooster gewijzigde codes konden ontcijferen.
Eind mei kwamen de eerste onsamenhangende gedecodeerde onderzeebootberichten via de geheime telexverbinding van Bletchley Park bij het Operations Intelligence Centre van de Admiralty binnen. Deze meldingen waren slechts brokstukken uit het gehele radioverkeer, maar zij verschaften kapitein-luitenant Rodger Winn en zijn team van de Submarine Tracking Room een beeld van de door Dönitz bij zijn campagne gebruikte technieken. Meer dan twee jaar was de doorbraak in het Enigma-verkeer van de onderzeeërs duurzaam noch volledig. Er vielen vaak gaten van dagen of weken - en in 1942 een storing van tien maanden - gedurende welke het de teams van Bletchley Park niet gelukte om de Enigma-codes te ontcijferen, maar de berichten met de hoogstgeheime klassificatie `Ultra', die van het Operations Intelligence Centre kwamen, gaven de strijd tegen de onderzeeërs een geheel andere dimensie.
Vaak ontving de Tracking Room zo tijdig inlichtingen over de door Dönitz geleide operaties dat konvooien met succes om een linie onderzeeboten konden worden heengeleid. Wanneer de `Bijzondere Inlichtingen' te laat kwamen om een konvooi voor een wolvenhorde te behoeden, kon de analyse van de tijdens de operatie gewisselde radioberichten een waardevol inzicht geven in de tactiek van de tegenstander.
Zelfs indien het niet mogelijk was bepaalde opgevangen signalen te ontcijferen, kon men op grond van de verworven inzichten de verschillende soorten Enigma-berichten identificeren en terstond vaststellen of de betreffende onderzeeboot zijn positie meldde of een konvooi schaduwde. Deze opgetaste ervaring in het bedrijf van de inlichtingendienst maakte het `intuitief gissen' van de Tracking Room heel nauwkeurig, zodat vanaf mei 1941 het gebruik van de radio voor de onderzeebootoperaties de Achillespees van de Duitse onderzeedienst was geworden.
Einde
Bron: "De Slag om de Atlantische Oceaan" van John Costello en Terry Hughes. Blz. 157, 158 en 159.
April 2000 George J. Visser (IMH)
NB Met betrekking tot dit verhaal heb ik nog de volgende aanvulling:
Uit het boek "U-boats Destroyed" , German Submarine Losses in the World Wars, heb ik de volgende passage gehaald:
Launched Commissioned
U110 25 Aug 1940 21 Nov 1940
Class Type IX
CO Kapitianleutnant Fritz Julius Lemp
(lost)
Date of loss 9 May 1941
Location Atlantic, E of Cape Farewell,
60 022'N 23012'W
Cause Depth charge
Casualties 15
Survivors 4 officers,12 senior rates,16 junior rates
Salvaged Bulldog took U110 in tow but the latter sank on 11 May
Notes Lemp had begun a submerged attack on convoy OB.318 and fired at three ships from outside the escort screen, sinking the Esmond and Bengore Head. However, the noise Erom his motors was picked up by the corvette Aubretia,which turned to attack, sighting U110's periscope shortly afterwards. Aubretia, joined by Broadway and Bulldog, delivered three depth-charge attacks, the third of which did the most damage, jamming the hydroplanes and rudder, wrecking the starboard motor and doing much other damage. Although the submarines main line was damaged, enough air had got into her tanks to bring her to the surface 800yds to port of Bulldog.
When Lemp reached the bridge he saw all was hopeless and gave the order to abandon ship.
CommanderA. J.Baker-Cresswell, in Bulldog, was turning to ram the submarine when he realised that it might be possible to board the submarine and retrieve confidential documents.Accordingly the whaler, with an armed crew under the command of Sub-Lt David Balme, was sent away and recovered a boat load of charts, documents, codebooks and other ephemera. The prize was an `Enigma' machine complete with rotors which a telegraphist thought was a typewriter but' pressed the keys and, finding the results peculiar, sent it up the hatch'.
Lemp had commanded U30 and was responsible for the sinking of the Athenia on 3 September 1939. A good deal of rumour surrounds the circumstances attending Lemp's death, various sources having him being shot by the British while attempting to reboard 0110 (when he saw that she was not sinking), or claiming that he took his own life.
The truth is more prosaic: Lemp was thrown to the deck and concussed in the third depth-charge attack. He was then bundled up the conning tower ladder and, literally, thrown over the side. Left on his own in the bitterly cold water, he drowned.
One of the survivors was a journalist from a Propaganda Kompanie, Helmut Ecke, on board to write publicity material on the U-boat war.