Ze hadden dolgraag kinderen willen hebben. 
Niet omdat ze aan elkaar niet genoeg hadden, maar
gewoon - het zou zo'n feest zijn.

Jarenlang gewacht, gedroomd, gehoopt.
Tevergeefs. 
Ze mochten het niet beleven. 
Ze bleven met z'n tweeën. 

Zij hebben het nu wel geaccepteerd.

Hij had er nog de meeste moeite mee. 
Hij had het zich allemaal zo anders voorgesteld. 
Hij moest zichzelf accepteren.
Een man zonder kinderen. 

Wachtend, dromend en hopend zijn ze geenszins van elkaar vervreemd. 

Dichter bij elkaar gekomen.
Meer getrouwd dan ooit. 

Dus toch niet helemaal vergeefs gewacht, gedroomd en gehoopt.

Uit: " Een mensenleven: een geschenk"

 

.