We gaan door


Al jaren verlangen wij intens,
Naar een kindje lief en klein.
Maar het uitkomen van deze wens,
Zal nooit werkelijkheid mogen zijn.

We hebben ons erg boos gevoeld,
Maar ook vaak zielig en alleen.
Heeft God dit zo voor ons bedoeld?
Waarom is Hij soms zo gemeen.

Of wist Hij toen Hij ons ging kiezen,
Om deze droefheid te doorstaan.
Dat wij niet doelloos blijven kniezen,
Maar zouden vechten om door te gaan.

Doorgaan met het leven en vooral met elkaar,
Voorzichtig de feiten accepteren.
Natuurlijk is dat moeilijk en zwaar,
Maar we zullen het blijven proberen.

En bij het verwerken van ons verdriet,
Zijn er soms lange en eenzame dagen.
Het lukt ons dan gewoon even niet,
Om sterk te zijn en niet te klagen.

We huilen om alles, maar vooral om ons kind.
Het kind dat alleen in gedachten bestaat.
Totdat een van ons tweeën de kracht terugvindt,
En zorgt dat het ook met de nader weer gaat.

Marisja Beishuizen
(19-11-1999)