Indonesië-reis 1997
Sumatra, Java en Bali!!
week 1.


laat je site keuren


English text.         

week 2., week 3., week 4..


Meer reisverhalen vind je op de pagina van Tim Zwaagstra!!

moskee Medan

Zondag 17 augustus 1997

Na onze reis van 18 uur met Singapore Airlines kwamen we aan in Medan waar onze reisleider Ron P. van LITO-reizen ons al stond op te wachten. We mochten meteen een bezoek brengen aan de moskee en aan het Sultanspaleis. We waren te moe om er echt van te genieten. Met de bus reden we naar Bukit Lawang. Er zat een klein hagedisje in de badkamer. Die noemen ze cicak.(tjitjak)

Maandag 18 augustus 1997

apen in hokkenWe waren deze ochtend al om 6 uur weer op en voelden ons aardig uitgeslapen. Het ontbijt viel goed in de smaak. We kregen een omelet, verse ananas, brood en een banaan. En een kopje thee. Daarna was het tijd voor de tocht naar het reservaat met de orang utangs. Hier worden deze apen, die eerst bij mensen als huisdier hebben gewoond, weer vertrouwd gemaakt met de natuur. Eerst gaan ze in hokken om aan de oerwoud geluiden te wennen. Daarna kunnen ze echt de jungle weer in. Omdat deze apen natuurlijk niet gewend zijn om zelf voedsel te zoeken worden ze door mensen bijgevoerd. Wij gingen dus kijken naar dat bijvoeren. Het leukste is het natuurlijk als je veel apen zult zien, maar eigenlijk is het veel beter als er maar weinig apen komen, want dat wil dan zeggen dat de andere apen zich wel kunnen redden in de natuur. We gingen

apen in hokken

met de hele groep, maar zonder onze reisleider Ron,op pad met een ervaren gids in dit gebied. Het was een hele klim naar boven daar waar de apen gevoerd zouden worden. De orang utangs wel te verstaan, want er waren ook nog andere apen in dat bos. We zagen best veel orang utangs. Wel een stuk of 6 denk ik. Er was een vrouwtje bij met een baby-aapje. Sommige apen bleven heel mooi voor de camera poseren en ze hebben hele lieve snoetjes. Je moet gewoon niet vergeten dat het wel echte apen zijn en dus dat ze ook best gevaarlijk kunnen zijn.

jonge aap
jonge orang oetang

Samen met Angelieke en Monique gingen we de kortdurende jungle-tocht lopen. Het zou ongeveer drie uur duren. Het was een lange spannende tocht. Stijl omhoog of naar beneden, kleine paadjes en natuurlijk de prachtige natuur. In het begin zat er een giftige slang op een tak. De gids jaagde hem weg en wij konden weer verder. We zagen nog een paar orang utangs van heel dichtbij. Ik gaf er zelfs eentje een banaan. We zagen ook nog makaak-apen en Liv-Thomas monky’s. Dat is de benaming hier voor zwart-witte aapjes met een snorretje. We zagen ook grote mieren . Gelukkig droegen we lange broeken en moesten we onze broek in de sokken doen, zodat er geen enge beesten in konden kruipen. De tocht was sneller afgelopen dan verwacht, maar dat kwam vast omdat we maar met zo’n klein groepje waren. We waren vreselijk smerig en bezweet toen we weer bij ons hotel aankwamen. We namen een lekkere koude douche ( bij gebrek aan beter). We moesten ook meteen onze kleren wassen. Verder bekeken we het dorpje en maakten we wat foto’s.

Bukit Lawang
het dorpje Bukit Lawang

Dinsdag 19 augustus 1997

Om 5 uur stonden we op, we aten een klein beetje omdat dat beter voor onze paludrine (malaria-pillen) was. We waren nog maar net vertrokken of er ging een vrouw midden op de weg liggen. We konden niet meer verder. De inwoners van het plaatsje stonden er lachend bij te kijken. We stonden dus stil met de bus en de vrouw kroop toen maar onder de bus. Zo konden we dus helemaal niet meer weg. Uiteindelijk sloegen de inwoners van het plaatsje haar met stokken onder de bus vandaan. Zij had ze allemaal niet meer op een rijtje dus. Er lopen vreemde mensen op deze aardbol rond.

We reden weer verder en stopten bij een rubberplantage om te kijken hoe ze de bomen inkerfde om het vocht van de boom te kunnen verzamelen. Langzaam stroomt er dan latex de boom uit en in een plastic bakje wordt het opgevangen. Elke dag maken ze de bakjes van de vorige dag leeg en wordt er een nieuwe inkeping gemaakt. Hoe lang de rubberbomen meegaan werd ons niet verteld ( of ik ben het vergeten) Alle gestolde stukjes rubber gaan naar een fabriek om verwerkt te worden. Al verder ging de rit. We zagen mooie nederzettingen en heel veel groen. We reden dezelfde weg weer terug naar Medan, maar we waren nu meer uitgerust en konden dus meer van de omgeving genieten.
Thomas bij rubberboom

palmolie-palm Onze volgende stop was bij een palmolie-bomen plantage. De vruchten van die palm groeien in de oksels en om ze van de boom te kunnen halen moeten ze er elke keer takken afzagen. Daardoor krijgt de boom ook zo’n geschubde bast. De vruchten van de boom zijn erg groot en het verbaasde ons ook dat niet alle mensen die daar werken een helm dragen. In Medan haalden we twee nieuwe passagiers op die pas getrouwd waren . Dit was dus hun honeymoon. Elly en Machiel waren maar een klein beetje ouder dan wij en dat vonden we erg leuk. Ze leken trouwens meteen symphatieke mensen. We kregen in Medan even de tijd om geld te wisselen en om postzegels te kopen. Het kopen van de postzegels ging erg snel, maar het geldhalen kostte enige moeite. We moesten onze traveler cheques wisselen bij de bank. Het ging van de één naar de ander en na een half uur hadden wij ons geld. In het hotel waar de rest van de groep zich verzameld had dronken we snel een cola en een koffie.

Onze bus

We stopten verder nog bij een oude loods waar verroesttende stoomlocomotieven stonden. Dat was wel leuk om te zien. Er was daar ook een ronde wissel. In een vaag restaurantje aten we kippesoep met rijst. De eerste keer van de vele keren dat we dat nog zouden gaan eten.
Bij een cacao-plantage was onze volgende stop. Deze vruchten groeien aan de bast van de bomen. We mochten ze ook proeven. Het vruchtvlees om de bonen heen was heel zacht en sappig en smaakte heerlijk zoet. Deze planten groeien alleen in de schaduw, dus daarom staan er altijd andere bomen bij om voor die schaduw te kunnen zorgen.

cacao-bomen plantage

We kregen ook nog de kans van ons leven om een durian te proeven. Dit is een vrucht met een zeer sterke smaak en geur. In sommige hotels is het verboden ze mee naar binnen te nemen, omdat ze zo verschrikkelijk stinken. Ron lustte er wel pap van, maar Thomas en ik vonden het niet zo lekker. We dronken wat water na om de smaak een beetje te verdrijven. Een paar dagen later stonk onze waterfles nog steeds naar de doerian. Er zat en beetje een uienlucht bij. Onze "theestop" was bij Pematang Siantar. Bij een luxe hotel konden we even naar de wc. We wandelden daar even in het park. We gingen verder richting het Toba-meer. In Parapat staken we met de boot over naar Samosir Island waar we zouden verblijven in Tuk Tuk.

    

schemering Tobameer                                                                        veerboot Tobameer

Lito-reizen had speciaal voor onze groep een bootje afgehuurd en dat was maar goed ook, want twee maanden geleden was er nog een overvolle boot gezonken in dat meer. Het meer is dan ook vreselijk diep. Ze hebben de boot daar dus op de bodem laten liggen. Het was ook best leuk om de boot voor onze groep alleen te hebben. Ons hotel in Tuk Tuk was erg leuk. Allemaal trapjes en kleine huisjes/ kamers waar wij slapen. We keken uit over het Toba-meer. We aten ‘s avonds met de hele groep in de eetzaal en dat was erg gezellig. We kennen nu alle mensen bij naam.

Woensdag 20 augustus 1997

We konden deze dag zelf kiezen hoe laat we zouden opstaan en het werd 8 uur opstaan en half 9 ontbijten. We huurden fietsen om een tocht op het eiland te maken. Het huren van de mountain-bikes kostte ons R.6000 . We zouden naar Tomok gaan, maar na een klein eindje waren we de weg al kwijt. Onze kaart hadden we niet meegenomen, dus we besloten om weer terug te gaan en de kaart op te halen. Op een gegeven moment sprak een blanke jongen ons aan: " Are you Dutch?" vroeg hij. Ja dat zijn wij en hij was dat ook dus we raakten aan de praat. Hij was getrouwd met een Indonesisch meisje uit Medan en samen waren ze een zaakje begonnen met vruchtensapjes. Of we ook iets wilden drinken. Fietsen maakt dorstig dus we schoven gretig aan. We namen allebei een watermeloen-sapje en dat smaakte erg goed. Zijn vrouw Ita kwam er ook bij zitten.

We maakten nog een paar foto’s en gingen met behulp van zijn uitleg weer verder op de fiets. De fietsen waren niet slecht, de weg daarintegen wel. Veel kuilen en grote stenen. In een ander tentje zagen we Elly en Machiel die ergens wat aan het eten waren. Tomok was dichterbij dan we hadden verwacht. We zochten de koningsgraven. We vonden ze en ze stelden weinig voor. De toeristische kraampjes waren wel heel leuk. We kwamen Ans en Piet daar tegen en rest van de middag zijn we samen opgetrokken met elkaar. We kochten verschillende souvenirtjes daar en elke keer gingen we afdingen en dat lukte best redelijk.

Ita en Herman

Ans en Piet aan het onderhandelen
Een Batakhuisje

Ans en Piet kochten ook van alles. We kochten wat slangevruchten en wat rambutans die we aan de kant van de weg opaten. De slangevrucht wordt zo genoemd omdat de buitenkant lijkt op het vel van een slang. ze noemen hem daar Salak. Een rambutan is rood en heeft stekels aan de buitenkant. Ze smaken lekker zoet. de salak smaakt een beetje zurig. Ik had er niet zoveel zin in op dat moment. Waarschijnlijk nog last van de paludrine, dat schijn je altijd de eerste week te hebben. We fietsten samen met hen verder naar Herman en Ita om nog een vruchtensapje te drinken. Thomas nam gemixed vruchtensap met papaya, ananas en banaan en ik nam een avocadosapje. Erg lekker, maar ook erg machtig. Het was mooi groen en romig. We aten er ook lekkere macaroni. Ans en Piet namen chap choi. We namen koffie en een kopje ginseng thee na. Ik vond de thee niet lekker, maar het scheen erg gezond te zijn al weet ik niet waarvoor. Terwijl we zo gezellig bij Herman en Ita op de veranda zaten begon het heel hard te regenen. Het duurde een hele tijd voordat de bui over was. Het leek Nederland wel met zijn grijze luchten en al dat groen om je heen. Ik weet niet hoe lang we daar zaten, maar toen het minder ging regenen gingen we weer verder terug naar het hotel. We aten weer gezellig in de eetzaal en luisterden naar het gezang van de muzikale hotelfamilie. Ans en Piet vertelden dat ze houten speelgoed maken en daar mee op markten staan.

Donderdag 21 augustus 1997

We moesten op 7 uur opstaan, want om half negen gingen we op weg met de boot-excursie. Eerst gingen we naar Amaritia, waar we stenen tafels bekeken waar vroeger kanibalisme werd uitgevoerd. Er werd precies uitgelegd hoe het allemaal ging. Heel belangrijk waren de batak-kalenders daarbij, want het hing van de dag af of er iemand werd onthoofd of niet. Er waren verder net als in Tomok allemaal kraampjes met souvenirs.
Ons hotel

Daarna moesten we een uur varen naar Simanindo. Daar kregen we een voorstelling van de Batak-dansen en aan het eind mochten/moesten we zelf ook mee dansen. De zon scheen heerlijk dus we kleurden ook een beetje bij. Na een drankje in een vaag tentje gingen we naar een ander eilandje in het Toba- meer. Van een afstand leek het nog aardig groot, maar toen we er waren liepen we in 10 minuten het hele eiland rond. Er stond een luxe restaurant en dat was het verder dan ook.
uitzicht Tobameer

Na drie kwartier relaxen gingen we weer terug met de boot. Het was meer dan een uur varen naar Tuk Tuk en we waren dan ook om half 3 weer terug. Ondertussen was het bewolkt geworden en waaide het erg hard. We gingen met onze handdoeken aan het water liggen, maar echt lekker was het niet, want de zon was zo goed als weg.

Ans was deze dag ziek, maar toen we weer terug liepen naar de kamer zat ze buiten op een stoel. We maakten een praatje. Zij raadde ons aan om vooral ORS te nemen i.p.v. diacure. Omdat we zelf maar twee zakjes bij ons hadden zijn we ter plaatse meer gaan halen. Het was niet moelijk om de apotheek te vinden. We gingen daarna ergens thee drinken. We aten er een stukje chocolade cake bij, maar het smaakte niet zo erg naar chocola. ‘s Avonds hadden we als afscheidsavond een buffet en die luitjes zouden weer voor ons gaan zingen. Het buffet viel heel erg tegen. Het was nasi goreng, witte rijst, twee groente gerechten, sate en kroepoek. De soep vooraf was redelijk en de fruitsalade ging er bij mij helemaal niet in, maar dat kwam omdat er overrijpe papaya in zat. Rond half 10 gingen we naar de kamer om onze spullen in te pakken.

familie-band Tuk Tuk
zingende familie Tuk Tuk

Vrijdag 22 augustus 1997

Om 6 uur liep de wekker af en om half 8 vertrokken we met de boot van Tuk Tuk naar Parapat. De hele hotelfamilie stond ons in hun pyjamatjes uit te zwaaien, en dat zag er best wel schattig uit. Het had ‘s nachts erg hard gewaaid, maar gelukkig was de wind gaan liggen. De zon scheen ook nog een beetje en dat was erg prettig.

Indonesische postzegel In Parapat gingen we met de bus naar het postkantoor. De kaarten die we de vorige dag hadden geschreven wilden we daar posten. We waren helaas verkeerd ingelicht over het aantal Rupia’s die op een briefkaart moesten. Wij kochen 60 postzegels van R 600 terwijl er R 700 op moest. Op de kaarten die iets groter waren dan de standaard kaarten moest zelfs R 1400 !! Afzetters. Ze wilden de postzegels die wij gekocht hadden niet terug nemen en ons dan die van R 700 met bijbetaling verkopen.

Dat betekende veel gereken en heel veel geplak op 13 kaartjes, want op elke kaart moesten wij nu 4 postzegels plakken. Twee van R 300 één van R 700 en één van R 100. We baalden er flink van. Gelukkig werden we door wat reisgenoten geholpen met het plakken, want het was toch wel een haastklus, want we moesten weer verder met de bus. Alle andere kaartjes die we nog gaan kopen gaan we afknippen.

laatste zicht over Tobameer We bekeken hoe ananas, gember en koffie groeit. We bekeken de markthallen van Balige. Het was daar erg vies. Alleen ongeschild fruit zou ik er durven kopen. We aten een pindakoek bij een eettentje in Gur Gur. We hadden daar een mooi uitzicht over het tobameer. Onze volgende stop was een warm water bron. Het deed een beetje denken aan Pamukkale in Turkije. De bron was prachtig om te zien. In een kleine grot was een poel met prachtig blauw water. Het zag er sprookjesachtig uit. Het stonk er naar zwavel / rotte eieren en er was veel stoom, want het water was erg warm. Desondanks liepen er toch kinderen doorheen om steentjes eruit op te vissen die ze konden verkopen aan de toeristen. Wij kochten ook een steentje voor R 100.

warmwaterbron We lunchten in Taruntung. We aten een mihoen soepje. De cola was vies door het rietje wat erin zat. Er zat stof in het rietje. Ook andere reisorganisaties gingen daar een hapje eten. We waren blij dat we niet met één van de andere organisaties mee waren, want de mensen in die groepen leken helemaal niet zo aardig. Omdat het buiten regende gingen we meteen weer verder met de bus. Het was nog maar 100 kilometer rijden naar Padang Sidempuan, maar de weg was zo slecht dat we er de hele middag over deden. Het was een spannende weg door de jungle en we hotsten en klotsten veel heen en weer. We zagen een bus die van de weg was afgeraakt en we moesten een keer achteruit om een vrachtwagen met hout te laten passeren. We stopten nog één

maal om ergens te plassen en reden verder nonstop naar het hotel. Het regende erg veel onderweg en af en toe zag je een beetje zon. Het hotel zag er goed uit, zelfs de wc. spoelde door. Helaas was er alleen maar een douche met koud water. Brrr en buiten was het ook al niet zo warm. We gingen ‘s avonds met scootertjes met zijspan naar een restaurant. Het was een hele belevenis. Met moeite konden er twee mensen in het zijspan. De scootertjes maakten ontzettend veel lawaai en zijn soms slecht verlicht. Op de heenweg konden we weinig zien omdat het regende en de scooter bijna geen verlichting had. We hoopten dat we goed over zouden komen. Het restaurant deed weer wat vaag aan, maar het eten was er lekker. Wij namen, heel standaard, nasi goreng. Er zat ook wat komkommer en tomaat bij. Toen verteld werd dat ze met gekookt water waren afgespoeld heb ik het gewoon maar opgegeten. We probeerden nog te bellen met de scope-kaart, maar dat lukte niet. Bij het hotel probeerden we het ook, maar daar kon je niet internationaal bellen. Er zou ergens een Wartel moeten zijn, maar we werden van het kastje naar de muur gestuurd. Na wat heen en weer gelopen samen met Ron gaven we het maar op.


Je kunt verder naar week 2., of naar week 3., of naar week 4..

Je kunt ook weer terug naar de beginpagina.