Indonesië-reis 1997
Sumatra, Java en Bali!!
week 2.



English text.         
week 1. week 2., week 3., week 4..

Zaterdag 23 augustus 1997

We vertrokken deze dag om 7 uur in de morgen. Met veel moeite kwamen wij uit bed. Het ontbijt bestond uit geroosterde boterhammen en een eitje erbij. Best lekker dus. We zaten nog maar net in de bus of het begon weer te regenen en de lucht was helemaal grijs. Onze eerst stop was bij een kokosnoten palmboom waar een aapje de kokosnoten eruit moest halen. Vanonder een houten dakje zaten we het te bekijken, want het regende pijpestelen, daarom konden we de ernaast gelegen kruidentuin ook niet bezoeken.

goudzoeker zicht op de rivier De volgende stop was bij een riviertje waar goud werd gezocht. Een mannetje stond in de rivier stenen uit te zeven. Hij had een speciaal stuk hout waar het goud aan bleef plakken. Het was een mooi gezicht al die flinterdunne stukjes goud. We hadden een plaspauze bij een koffietentje waar wij water kochten en we even in de keuken keken. Er stonden wat potten boven een houtvuurtje en dat was het. Zeer primitief dus. Bij een

ander goedkoop tentje aten we kippesoep met rijst. We zaten in de mooiste kamer van dat huis, maar het bleef er wat viezig uitzien. Het regende nog steeds. Vlak voor de evenaar stopten we. We praatten met 3 Indonesische meisjes, want zij wilden hun Engels oefenen. Het was een leuke conversatie. We maakten ook een foto van hen en beloofde hen die toe te sturen. De mensen zijn zo arm dat de enige manier om foto’s van henzelf te krijgen is vragen of toeristen met hen op de foto willen en hen dan die foto willen opsturen.

Thomas en Els bij de evenaar

Thomas en Els bij de evenaar

Bij het dorpje Bonjol stopten we om de evenaar over te steken. Dat was erg grappig. Er werden ook t-shirtjes verkocht. De jongens die onderhandelden wilden niet omlaag met hum prijs. Een stel vrouwen buiten het hek schreeuwden een goedkopere prijs voor shirtjes. Met z’n allen gingen we dus daar op af. Met veel onderhandelen kochten wij twee t-shirtjes voor R 14.000. Dat vonden we wel goed van onszelf. Na Bonjol reden we nonstop door naar Bukettinggi. Het bleef maar regenen, maar de weg was ontzettend prachtig. Allemaal oerwoud, heel veel groen en kronkelweggetjes langs ravijnen waar we soms vrachtauto’s moesten passeren. Soms was het zelfs eng om te blijven kijken.

Hotel Benteng in Bukettingi We arriveerden om 17.00 uur bij het hotel. En oh wat kregen wij een mooie kamer. Heel erg ruim en met een ligbad, dus je kunt wel raden wat wij als eerst deden: In bad gaan liggen dus. We aten met de hele groep in het hotel, omdat niemand nog zin had om naar buiten te gaan in de regen. Thomas en ik aten allebei een lekker stukje vlees met patatjes. Heerlijk gewoon. Na het eten aten we onze ananas op samen met Ans en Piet. Het was een lekker geknoei en natuurlijk moesten we op de foto. Daarna bleven we nog heel lang kletsen en kwamen we toch nog laat op bed.

Zondag 24 augustus 1997

hangbrugWe werden al om 7 uur door het hotel gewekt en we stonden om half 8 op. Het ontbijt was hier goed en om half 9 waren we klaar voor de wandeling naar het Karbouwengat en de tocht naar het zilverdorpje. Eerst moesten we Bukkettingi uit lopen. We kochten een stukje spekkoek bij het laatste winkeltje voor de echte wandeling zou beginnen. We daalden een heel eind naar beneden en gingen met een hangbrug over het riviertje. We hadden trouwens een hele leuke gids. Een hele bescheiden jongen die ons vanalles uitlegde over verschillende planten. Als eerste liet hij ons de paarse pispot-plant zien. Hij plukte een bloempje af en hield er een sigaret bij. Het stukje wat hij aangeraakt had werd blauw. Dat kwam door de nicotine.

uitzicht Karbouwengat
Na de hangbrug moesten we vele traptreden beklimmen om bij het uitzichtspunt te komen. Het uitzicht op de kloof was fantastisch. Verder liepen we naar het zilverdorp Kota-Baru. Bij een zilversmid gingen we wat drinken en zijn spulletjes bekijken. Ik kocht een heel fijn ringetje voor R. 4000. We liepen nog een heel eind door dat dorp. De tocht ging verder door de sawavelden heen. Alle rijstvelden stonden vol met water en de paadjes ertussendoor waren erg smal en drassig. Elly zakte met haar voet weg en kreeg zo natte voeten en een halve natte broek. Ze baalde echt vreselijk, want echt lekker lopen doe je dan niet meer. We daalden af door een bamboebos en zagen een

Elly zakt in de sawareuze pissebed. We moesten een riviertje oversteken door van steen naar steen te springen. Spannend was het wel.Na weer een lang mooi paadje kwam er weer een oversteek. Ditmaal over 3 bamboe stammetjes. Het was dus balanceren deze keer. We zouden vanaf een bepaalde plek met de bus worden opgehaald om ons weer terug te brengen naar het hotel. We zagen op een gegeven moment een oud gammel wagentje staan en maakten een grapje in de trend van: Kijk daar staat onze bus." Iedereen was heel verbaasd dat we echt met dit vervoermiddel teruggebracht werden naar het hotel. Ik ging samen met wat anderen in het busje zitten en Thomas en nog een paar moedige mensen gingen bovenop de bus zitten. Het was een hele spannende rit. Er waren diepe kuilen in de weg en er lagen flinke plassen water in. Alle Indonesiërs wezen lachend naar het dak van het busje waar al die blanke toeristen op zaten. Om 14.15 uur waren we weer terug.

Lopen door de sawa
via stenen de rivier over
over bamboe-stammetje
busje naar hotel

We gingen kleren wassen en bezochten de dierentuin (R 1000). Een paar Indonesische meisjes spraken ons aan in het Engels. We hadden een heel gesprek en gaven onze adressen. Ik ben benieuwd of ze zullen schrijven. Bij de Wartel belden we naar Nederland. In deze periode was er een hittegolf in Nederland en dat vonden wij best gemeen. Ik belde ook nog naar Anna de vrouw van oom Rudi. Het bellen lukte in 1 keer en dat had ik niet verwacht. Ik heb verteld dat wij in Indonesië zijn en dat we haar en haar familie graag op 8 september willen bezoeken. We aten met de hele groep in een restaurantje tegenover het hotel. Het was erg lekker en het was ook nog eens een keer heel gezellig. Om 11.45 bedtijd.

Maandag 25 augustus 1997

We stonden om 8 uur op voor een halve dag excursie. Eerst reden we met de bus naar een uitzichtspunt. We konden er maar weinig zien omdat het zo heiig was die dag. Verder stond het bekijken van een koffiestamperij op het programma. Thomas kocht zo’n zakje koffie. Ook bezochten we nog een paleis. Met blote voeten keken we er rond. Sommige mensen werden even gemasseerd. De weg terug naar het hotel duurde lang. We waren pas om 14.00 uur terug. Samen met Tiny, Joke en Andries gingen we lunchen. Later kwam Jan er ook bij. Daarna gingen Thomas en ik de stad in op zoek naar iemand die mijn kapotte tas kon maken. We kwamen een jongen tegen die een paar woorden Nederlands sprak. Hij bracht ons bij een oud kleermakertje. Na wat heen en weer gepraat snapte het kleermakertje wat ik wilde. De jongen wilde voor zijn inspanningen graag wat sigaretten, maar verzocht aan Thomas het eerst aan mij te vragen, want in deze plaats zijn de vrouwen de baas. ( dat klinkt goed vind je niet) De kleermaker maakte het prima voor elkaar. Hij had er R 2000 voor gevraagd, maar we gaven hem R 2500. De kleermaker was er heel erg blij mee en wij schaamden ons dat je iemand met zo weinig geld al heel erg blij kunt maken. Wat zijn wij dan eigenlijk rijk. We kochten kaartjes en aten ‘s avonds weer met de hele groep. Bijna iedereen ging naar een dansvoorstelling en wij gingen niet mee. Wij gingen heerlijk in bad zitten.

Dinsdag 26 augustus 1997

We stonden om 5 uur op en om 6 uur vertrokken we dan. In het begin was het nog mooi weer, maar al snel werd het weer heiig. We stopten bij een meertje en maakten daar wat foto’s. Bij onze lunchstop aten we weer kippesoep en witte rijst. De weg ging langs dun bevolkt gebied en het was vrij plat. Er was veel bos, weinig palmen, want dit is een vrij droog gebied. Overal waren ze stukjes grond aan het afbranden.Waarschijnlijk om de grond vruchtbaar te maken en er later produkten op te kunnen verbouwen. Er leek een constante rookwaas over de weg te hangen en de zon was zelfs helemaal oranje door alle rook.

veel slapen in de bus Allerlei zwart geblakerde velden, boomstronken en bruine bomen gaven het allemaal nogal een akelig effect. Het gaf een vreemde sfeer. Ik knipte tijdens de busreis allemaal kaartjes in een wat kleiner formaat, want dan hoefden er minder postzegels op. Het hotel zal er goed uit en bij de ontvangst kregen we een kopje thee en een soort gebakje. Een bladerdeeghapje met een hartige vulling en een bananeroomsoesje. Het enige nadeel was de moskee in de buurt. Gelukkig moesten we ook de volgende dag weer om 5 uur opstaan en het gekrijs van de moskee begint om een uur of 5 en altijd worden we er wakker van. Thomas maakte nog een foto van alle slapende mensen in de bus.

Woensdag 27 augustus 1997

olifanten in LahatOm 5 uur stonden we op en we kregen zelfs hagelslag bij het ontbijt. Om 6 uur vertrokken we naar Lahat naar het trainingscentrum van de olifanten. Het bezoek was geen succes. We kwamen met onze bus aan en moesten overstappen op twee kleine busjes. We moesten daarvoor R 1500 p.p. aan Ron betalen. Het was een smalle slechte weg waarover we reden en het was vooral erg stoffig. Toen we bij het trainingscentrum waren aangekomen konden we niet eens de auto uit, want we waren ingesloten door de olifanten en hun begeleiders. Iedereen schreeuwde en trok je aan de

Thomas op olifantarmen opdat je een ritje op hun olifant zou maken. Al onze reisgenoten vonden het vreselijk. Uiteindelijk gingen alleen Thomas en Ans op een olifant. Wij mochten weer in het busje om zo naar de rivier te rijden waar we onze lunch zouden krijgen. De inhoud van de lunchbox zag er niet slecht uit, maar wij hadden er toch niet zoveel zin in. Het meeste hebben we aan de olifanten opgevoerd. Ze konden trouwens heel goed bedelen die olifanten. De weg terug naar onze bus was erg lang en vooral vreselijk stoffig. Het leek wel een kermisattractie. Mensen met lenzen konden de hele weg beter hun ogen dichthouden. Weer terug in de bus was er nogal wat commotie, omdat er in tassen en koffers gesnuffeld was. Iedereen heeft alles gecontroleerd en gelukkig was niemand iets kwijt. Het was ook vervelend dat Ron onze reisleider daarover niets heeft gezegd aan de chauffeurs. Ze kregen aan het eind zelfs ƒ 250,-- uit de fooienpot en dat vonden wij

allemaal erg veel. Het hotel was nogal benauwend voor ons. Kleine kamers met kleine ramen. Wij kregen een kamer op de derde verdieping en nooduitgangen moeten nog uitgevonden worden in Indonesië. We hadden ook geen douche op de kamer. Met moeite wisten wij een kamer met douche te regelen (al moesten we daar wel voor bijbetalen) en gelukkig was dat vlak bij de uitgang. We aten lekker in het winkelcentrum vlakbij ons hotel.

Olifanten in de rivier
Olifanten in de rivier

Donderdag 28 augustus 1997

Onze hotelkamer Hotel Ganesh in PalembangNatuurlijk moesten we vroeg opstaan. We kregen ons ontbijt op de kamer geserveerd. Ieder twee zoete broodjes, een kopje thee ( in plastic beker) en een ei. Daarna gingen we met z’n allen in becak naar de rivier. Thomas en ik deelden zo’n fietskarretje. We pasten er amper in met z’n tweeën. Zielige fietser. Alle anderen uit onze groep zaten alleen in een becak, maar dat hadden wij dus niet begrepen. Het was een leuke tocht door Palembang. Overal stonden mensen naar ons te zwaaien. Bij de rivier aangekomen mochten we op een eng bootje stappen. De planken wiebelden en

sommige stukken hout waren helemaal verrot. Je moest er maar het beste van hopen en niet teveel nadenken. We maakten een tocht over de rivier de Musi. Dat is de langste rivier van Indonesië. Er heerst veel armoede in Palembang en dat is te zien en te ruiken bij de huisjes op de palen aan de rivier. Mensen doen alles in het warer en eigenlijk lijkt het één grote vuilnisbelt. Er werd wel weer heel veel naar ons gezwaaid. We bezochten ook nog een Chinese tempel en Thomas liet zich daar de toekomst voorspellen. Hij dacht dat het gratis was, maar dat was niet zo. Het terugvaren naar de haven duurde erg lang en het was ook erg warm op de boot, want er stond bijna geen wind.

Thomas in Becak
Bootje
Rivier de Musi

We moesten teruglopen naar het hotel. Het was warm, stoffig en druk in de stad en we doken het winkelcentrum in. Daar was het lekker koel.We gingen eerst iets eten bij een soort mc-donalds. Lekkere frietjes, kip en cola en orange juice. Omdat Palembang zo’n gevaarlijke stad schijnt te zijn besloten we om met z’n negenen te gaan winkelen. Wij zijn in dit geval: Joke, Andries, Tiny, Machiel, Elly, Hilda, Wup en Thomas en ik. Bij de eerst zaak zagen we goedkope korte broeken hangen ( ƒ13,--) Iedereen ging dus aan het graaien en passen. Thomas kocht ook zo’n korte broek, want deze was net iets langer dan zijn sportbroekjes. We hadden veel bekijks in dat winkelcentrum. Na de tijd dronken we een lekker vruchtensapje. Pas om 5 uur waren we weer op onze kamer en hield ik me bezig met het plakken ( met pritt-stift) van de postzegels op de kaarten. We gingen weer met een heel stel lekker eten in het winkelcentrum. Op de kamer aten we nog watermeloen en kwamen uiteindelijk toch weer laat op bed.

Vrijdag 29 augustus 1997

Om 6 uur ging de wekker en we vertrokken om 7.15 uur. Onze trein naar Tajung Karang vertrok pas om 8.45 uur, maar Ron wou een beetje op tijd daar aanwezig zijn. We zaten dus lekker lang te wachten in de trein. Er zaten weinig en kleine raampjes in de trein. Daardoor kon niet iedereen aan het raam zitten. Wij spraken af om af en toe te ruilen met Ans en Piet. Elke keer als de trein stilstond kwamen er allerlei mensen de trein in om hun spulletjes te verkopen en dat was een leuk gezicht. De treinreis zelf was eigenlijk helemaal niet leuk. Het uitzicht was niet bijzonder en het duurde allemaal lang. We kwamen om 15.00 uur aan in Tajung Karang en we gingen met busjes naar ons hotel. Het hotel was goed en had een douche met warm water. We gingen dus maar meteen douchen.


Het station van Tajung Karang

‘s Avonds om 7 uur gingen we met de groep uiteten. We reden ergens naar toe met twee busjes. We kwamen bij een groot luxe hotel aan en ik zag het al meteen niet zitten. Ik wist niet goed wat ik zou doen gingen we wel in het restaurant zitten. De hele menukaart had geen kleine goedkope gerechten en Ron had voorgedaan alsof dat wel zo was. Ja een pancake zou R.5000 kosten, maar dat zaten we niet op te wachten. Ik baalde zo vreselijk dat we ons uiteindelijk weer terug lieten brengen naar het hotel. Ik was behoorlijk overstuur en gestresd. Terug bij ons hotel moesten we dus alsnog op zoek naar een plekje om iets te eten. We probeerden de drukke weg waaraan ons hotel lag over te steken, maar dat lukte niet. We vonden toen een klein eettentje naast ons hotel. Heel eenvoudig, maar goed. We aten nasi goreng en mihoen goreng. Het was een beetje aangebrand, maar goed heet. We betaalden R.5000 en gaven R 500 fooi. ( we hadden ook twee flesjes cola gehad). Toen we terug liepen naar het hotel kwamen we in gesprek met twee Indonesische jongens. Zij logeerden ook in ons hotel en waren op doorreis naar Jakarta. Zij hadden daar een zaakje met wasmachines. Zij kwamen oorspronkelijk uit de buurt van het Tobameer en waren dus Bataks. Eigenlijk is het niet zo slim om in Indonesië over religie te praten, maar deze jongens begonnen er zelf over. Zij waren dus Christenen en waren heel blij dat wij dat ook waren. Omdat er veel moslims op Sumatra zijn moest er zachtjes gepraat worden.


Je kunt verder naar week 3., of naar week 4., of terug naar week 1..

Je kunt ook weer terug naar de beginpagina.