|
|
De Geschiedenis van Papendrecht
De geschiedenis van Papendrecht gaat terug tot rond het jaar 300, toen
er al sprake geweest moet zijn van een nederzetting waaruit door de eeuwen heen onze
gemeente is ontstaan.
In oude geschriften wordt Papendrecht sinds 1105 genoemd.Veel betekende de nederzetting
toen nog niet. Ze kreeg pas een beetje gezicht, toen de achterliggende gebieden droog
gelegd werden
Het is Floris V geweest, die in 1277 bevel gaf die gebieden in te polderen. Dat gebeurde
met behulp van windmolens. Samen met een korenmolen en een trasmolen, beide van latere
datum, bepaalden die molens lange tijd de aanblik van het dorp en het is dan ook niet
vreemd, dat het wapen van Papendrecht drie molens in zich draagt. Reeds in vroege tijden
was de nederzetting de toegangspoort tot de Alblasserwaard vanuit buurvrouw Dordrecht. Dat
was onder andere het geval voor de Rooms-Katholieken, ook wel Papen genoemd, die hij de
doorwaadbare plek in de rivier (de "tricht" of de "drecht") overstaken
of er een veerdienst onder-hielden. De naam Papendrecht kan hierin zijn verklaring vinden.
GESCHIEDENIS VAN PAPENDRECHT
Eeuwenlang vonden de bewoners rond de dregt hun bestaan in de
visserij, de teelt van riet en rijshout, de landbouw, de veeteelt en het dijkwerk. Na de
St. Elisabethsvloed van 1421 vestigden zich nog enkele families op de dijk. Zij waren uit
het verdronken land verdreven. Maar Papendrecht bleef een kleine gemeenschap van
hardwerkende mensen, die soms maar moeilijk aan voldoende middelen konden komen om de
financiële touwtjes aan elkaar te knopen. Een aantal zag kans wat extra's te verdienen
door erwten te verbouwen, deze te pellen en te verkopen in Dordrecht Het duurde niet lang
of de bijnaam "erwtenpellers" voor de Papendrechters was geboren, een naam die
ook nu nog gebruikt wordt. In 1816 kwam er in Papendrecht een eind aan de macht van de
zogenaamde vrijheren (zoals Muilwijck, Brederode en Van Es), die tot dat jaar alles voor
het zeggen hadden gehad Toen namelijk werd het dorp een burgerlijke gemeente met een
burgemeester en assessoren (wethouders). Papendrecht telde toen zo'n duizend zielen. In de
negentiende eeuw kwam de groei er een beetje in. In 1875 telde men al 2410 mensen. De
industriële ontwikkeling aan het einde van de negentiende eeuw is gunstig geweest voor
Papendrecht Zo deed onder meer de scheepsbouw zijn intrede. De bevolkingsgroei bleef
weinig spectaculair net na de Tweede Wereldoorlog was het aantal inwoners gestegen tot
5.600 De jaren zestig brachten hierin verandering. De tienduizendste inwoner werd in 1960
begroet; in 1972 gevolgd door de twintigduizendste en op 4 januari 1982 telde Papendrecht
25.000 mensen. Thans wonen er bijna 29. 000 mensen in de gemeente. De snelle ontwikkeling
in die tijd heeft het karakter van het dijkdorp wel veranderd. Weilanden maakten plaats
voor woonwijken met tal van voorzieningen industrieterreinen werden aangelegd en herbergen
nu vele "schone" bedrijven. De molens zijn inmiddels ook verdwenen. Papendrecht
is gegroeid naar een gemeente met een stedelijk karakter. Papendrecht heeft veel
voorzieningen op onderwijs-, sport- en cultureel terrein en biedt daarin aan de bewoners
een plezierig woon- en leefklimaat. Voor de verdwenen weilanden kwam veel groen terug. Ga
maar eens kijken in sportpark Oostpolder of in het park Noordhoekse Wiel.
bron:Gemeentegids Papendrecht 1997-98
|